desire: a terrific motor vehicle, a fantastic Raspberry Ketone supplement The raspberry ketone diet
Even weg ........met een cruise PDF Print E-mail

Klein luxe leed is ook leed 

De Eurodam is een cruiseschip waar zo’n 3000 man op vertoeven.

Eén van hen is rabbi Leo Wolkow, Amerikaan van Oosteuropese afkomst.

Hij is klein, gezet en heeft een vriendelijk rond hoofd. Achter een goudgerand brilletje glinsteren zijn ogen opgewekt.

Het is vrijdagmiddag tegen vijf uur, dus tijd voor de sjabatdienst. In het kleine zaaltje dat als sjoel fungeert vraagt hij de enkele aanwezigen  nog even geduld te oefenen. Niet iedereen vindt dit hoekje even gemakkelijk. Hij vertelt dat hem vaker gevraagd wordt waar je zijn diensten eigenlijk vindt. Grinnikend antwoordde hij dat hij dat zelf ook vaak niet weet. Hij valt onder de entertainment-manager en die deelt de activiteiten aan boord in.

Rabbijn Wolkow houdt de dienst kort en eindigt traditioneel met wijn en “bite”.

 

De bedoeling is dat zo’n cruise (deze ging van Montreal via Halifax en Boston naar New York) één en al entertainment is en dat zul je weten ook.

Er is 24 uur per dag altijd wel iets te beleven. Mocht je daardoor de tel van de dagen kwijtraken dan is er ook geen probleem want elke ochtend wordt er in elke lift een verse vloermat gelegd waarop levensgroot staat welke dag het is. De liften –en dat zijn er vele- brengen je van verdieping nul tot verdieping elf dus alles bij elkaar zitten we in de Eurodam wel zo ongeveer in een drijvend flatgebouw. Drie keer het schip buitenom rondlopen en je hebt er bijna twee kilometer op zitten.  Bovenin het schip vind je de panoramabars, de bibliotheek, de schoonheidssalons, daar beneden de zwembaden en zonnedekken en overal zijn faciliteiten waar de inwendige mens wordt verzorgd. De foodmanager weet ons te vertellen dat er elke godgeslagen dag 10000 maaltijden worden geserveerd. Nederlands driesterren fenomeen Jonnie Boer is niet te beroerd zijn naam aan een aantal menu’s te verlenen.

Zijn internationale confraters laten zich evenmin onbetuigd.

Behalve deze grotere restaurants zijn er bv. thaise en italiaanse plus dan nog talrijke  hoeken en gaten waar je een bite neemt of –mocht je nog trek hebben na de lunch- je je tegoed kunt doen aan een high tea.

 * Tip

Niks is te dol, als je maar niets tekort komt. Het personeel loopt dienstvaardig af en aan, kent je binnen de kortste keren bij naam of toenaam en laat voortdurend zien dat een extra fooi aan het eind van de reis volkomen vanzelfsprekend zou zijn.

Uit eerdere cruise-ervaringen weten we hoe problematisch dat fooiensysteem is. Onze maatschappij (HAL) heeft er iets op gevonden. Je hoeft er zelf geen fluit meer aan te doen want als je het schip de eerste keer opgaat geef je een print van je creditkaart en de computer doet de rest: die boekt gewoon standaard dagelijks een vaste tip op je rekening. Mocht je niettemin nog behoefte voelen een contant bedrag in je hut achter te laten, bv. omdat je handdoeken elke dag zo mooi worden gevouwen in de vorm van een hond of konijn, dan houdt niemand je tegen natuurlijk. 

Dat personeel aan boord is zeer internationaal en wordt –zo wordt ons ingefluisterd- op zeer globale gronden geselecteerd. Filippijnen omdat ze lang en hard willen werken, Indonesiërs omdat ze altijd vriendelijk blijven glimlachen, Maleisiers omdat ze nooit nee zeggen maar wel de boot af kunnen houden. Het kan zijn dat deze combinaties precies andersom zijn, maar zeker is dat de Nederlanders die er werken goed zijn in het tijdig naar binnenharken van geld en goederen.

 * Passagieren

Het entertainmentgehalte is deze keer niet uitzonderlijk groot. Het casino is vaker leeg dan half vol en de muzikale optredens in de enorme schouwburgzaal trekken weinig publiek. Blijkbaar moet je daarvoor meer bij de Caraibische cruises zijn. Hier is een spelletje bridge of schaak al een behoorlijke opleving. Het overwegend Amerikaanse en Canadese publiek brengt de reis zittend, etend, drinkend,luidruchtig babbelend door. Beweging is niet hun sterkste kant; vaak blijft de rollator gewoon in de hut. Alleen als er aangelegd wordt in de havens loopt het schip behoorlijk leeg. Dan begint het “passagieren”, wat in veel gevallen niet veel anders is dan aan land gaan en de eerste drie straten een paar keer op en neer te lopen. Dat zijn dan winkelstraatjes voor toeristische aankopen. Voor je bij de eerste straat bent sta je –of je wilt of niet- al op de foto met een fraai uitgedoste Indiaan of met iemand die een pak van twee eeuwen her heeft aangetrokken en een steek op zijn hoofd heeft gezet. Kortom Marken en Volendam. Met een beetje geluk is er ter plekke nog een gebouwtje ingericht als museum; ingang en uitgang zijn vaak dezelfde deur maar de kans op opstopping is gering.
Er zijn op die dagen dat je aan land kunt doorgaans ook excursies naar het mooie achterland van bv. Nova Scotia en New Foundland. Fraaie landschappen, fjorden, uitgestrektheden. In feite zijn dat trouwens ook race-tegen-de-klok uitstapjes, want de afstanden zijn groot en het geduld van de kapitein voor mogelijke laatkomers is gering. Daardoor mis je veel aan diepte. De stad Montreal bijvoorbeeld is om verschillende reden bijzonder en divers. In de zakelijke wijken downtown lopen de mannen in strakke pakken maar wel met een grote beker kofffie in de ene en een lap pizza in de andere hand. Andere, hele specifieke delen als Little Italy of het Quartier Latin tonen juist een heel  ontspannen, zeg maar hippe sfeer. Wat je evenmin mee krijgt is dat een groot deel van het stadsleven (winkelen bv.) onzichtbaar is. Dat doe je ondergronds in een eindeloze reeks malls en met de metro. De manier om de barre wintertijden te slim af te zijn.

Ook de stop voor Quebec lijkt meer op een bliksembezoek. Een halve dag, voldoende voor een paar toeristische aankopen en wat opgewekte foto’s van een mooi deel van de stad. Van de rest kun je het bestaan vermoeden, maar zekerheid krijg je er niet over.

Zo kan het je dus ook gebeuren dat je in een stad als Boston niet verder komt dan een wandeling langs de gebouwen van Harvard en het van buiten bewonderen van het Provinciehuis.

 * Vijf in de klok

We zwijgen dan helemaal over de korte bezoekjes in kleinere oorden als Charlottetown, Bar Harbour of Sidney. Hoewel in dat laatste stadje de ontroering even toeslaat als bij ons vertrek een klein muziekbandje van het Legioen van Mijnwerkers op de kade “Sail along silverymoon”speelt. Vol overgave volgt ook nog “W’ll meet again”. Zangeres is Ruth MacNeal, een pronte ex-mijnwerkersvrouw. Haar “kostuum” is tenminste authentiek en niet-Volendam: dikke wollen sokken, gesleten schoenen, een ruwe jurk, moeizaam gepermanent haar; wuivend verdwijnt ze uit beeld, op naar huis, op naar de aardappelen. Wij kijken ondertussen sluiks of de vijf al in de klok zit en doorgaans is dat het geval. De borrel kan doorkomen en daarmee zijn dan de voorbereidingen voor het nuttigen van weer een smakelijk avondmaal getroffen.

    

Als we eindpunt New York naderen is het nog vroeg ’s ochtends en de grandeur van het Vrijheidsbeeld blijft nog hangen in het halve donker.

Maar eenmaal echt in de stad  zitten we dan wel in de omstandigheden van real life. Gemak en comfort om je heen is veranderd, dat zie je en dat voel je.  Hier is het buiten de glamourdelen van de stad hard werken, rond zien te komen, overleven. Vaak een sjofel bestaan. Een jonge schoenverkoper

leert ons –op zoek naar een paar mooie en dure sportschoenen- de les van zijn vader: “you have nothing, be happy with it.”

Wie de Nike past, trekke hem aan….

 

 Maar het is ondertussen wel weer vrijdag en aan het eind van de middag wordt het wel weer sjabbath. Deze keer in de synagoge Emanu-el, aan de rand van Central Park. Niet een klein zakelijk zaaltje en al helemaal geen Leo Wolkow maar een vrouwelijke rabbijn. En een synagoge bijna zo groot als een kathedraal, om niet te zeggen als een cruiseschip. Met galmend orgel en een koor.

En na afloop van de dienst wijn en een “bite”.

 

                                           * * *

Foto’s: zie Fotografie > Actueel en/of > Canada en New York 
 

Copyright 2006 H. Beereboom