desire: a terrific motor vehicle, a fantastic Raspberry Ketone supplement The raspberry ketone diet
Het leven slaat toe PDF Print E-mail

Erfgoed ?

 

PIJPELA  SLUIT NA 47 JAAR *

Het Haags historisch horeca-erfgoed is een stukje gekrompen. Eind mei 2017 ging de stekker er uit bij DePijpela, societeit, bar, jazzclub, drinkgelegenheid in het Noordeinde.  Aanvankelijk was hier een deel van de  Koninklijke stallen. Gaandeweg, groeide deze ruimte uit tot trefpunt van journalisten, politici, kunstenaars en tal van andere “gewone” mensen die een snuf anders dan een gemiddeld café zochten.. Voor die pretentie moest de bezoeker een daad verrichten: bv. aanbellen, of lid zijn, of iemand kennen die zei dat-ie lid was. Het toegangsbeleid was door de jaren heen nog al wisselend.

De Pijpela was een “laat” café,  niemand ging vroeg weg want dan was het nog nauwelijks open. Sommige kenners dachten een wetmatigheid te kunnen ontdekken in de golfbeweging van binnenkomend volk. In de Tweede Kamer ging de horeca-afdeling  al dicht een uur na het einde van de vergadering. Een dorstig iemand verkaste dan naar Perscentrum en een ander deel naar elders. Als “elders” sloot, dan was De Pijpela zeker nog een optie.. Vooral als je niet naar een nachtclub wilde, maar wel oog had voor de atmosfeer van “pussy crab”, of een oor had voor onmatig gebral, danwel voor eindeloos herhaald gelul.

 

Een verarming, na 47 jaar Pijpela?

Voor sommigen wel, maar er is wel meer “erfgoed” verdwenen zonder direct aanwijsbare catastrofale gevolgen.

Zo kon je jaren geleden na de laatste kleine uurtjes bij bv. de Pijpela te zijn geweest, nog terecht op een hoogst curieuze plaats in Scheveningen. Rond vier uur in de ochtend kwamen de vissersboten binnen. De opbrengst ging meteen door naar de veiling en van daaruit bewerkt of onbewerkt het land in. Een heel  klein gedeelte ging naar een onbestemd, duister gebouw vlakbij de haven.

Die ruimte had veel weg van een garage of werkplaats; schamel verlicht door enkele peertjes die aan snoeren langs de wand liepen. In het midden stonden twee houten tonnen met daarover een paar brede planken. Een gasfles op de grond, een paar bakpannen op de planken en culinaire Kees zelf erachter. Vis verser dan vis, gebakken volgens een strikt geheim gehouden recept. (Waarschijnlijk bestond dat recept niet eens maar deed de mare toch zijn werk).

De Haagse en Scheveningse inside kende deze plek met zijn mêlee van komende en gaande klanten:  de krantenjongen, de melkboer, de advocaat, de stappers, het stel in deftige avondkleding, de werkers van het vroege uur. “Neem, eet en geniet, was het motto. Het te betalen bedrag voor dit heerlijke zeebanket werd op gevoel vastgesteld. Comfort in de vorm van bestek of servetten was  er niet.. Was je klaar met eten dan stonden er bij de uitgang nog twee tonnen; deze waren gevuld met houtkrullen  en zaagsel. Daar wreef je lang en stevig je handen in en zie: geen geur meer. . Alsof je je handen volgens een geheim recept in onschuld had gewassen.

 

 

* Voor deze tekst ben ik veel dank verschuldigd aan drs. F. Wikkieman , deskundige.

* * *

Verknipt

Mijn kapper heeft in zijn kleine, bijna intieme zaakje doorgaans muziek opstaan.
Vaak is het jazz maar nu komt het opgewekte geluid van Puccini uit de boxjes.
Een klant die op zijn beurt zit te wachten roept opeens in onvervalst Haags:
“Hé kappûgh, ken je niet een doek over die kanarie gooie ?!
De kapper is er geen moment verlegen mee: “Dat is geen kanarie mijnheer, dat
is een nachtegaal”. De klant mompelt “kankugh” en slungelt de zaak uit.

* * *

 

(Beetje late) ode aan Leo Vroman

en niet te vergeten zijn Tineke.)

 

Morgen is er al weer een nieuwe dag

die ik innig met jou delen mag.

In de vooruitkijkspiegel zie ik jou,

al op weg naar mij, kom maar gauw.

We komen elkaar verlangend tegemoet,

in warme liefde van fluwelen gloed,

die huist in onze bloedlichamen.

De rode gingen, de witte kwamen;

of andersom, ze leefden voor hem intensief;

elke morgen groette hij ze: "kep je lief".

 

****

 

Pluk de zon

De zon scheen strak boven de feesttuin waar een verjaardag werd gevierd met vele vrienden.

Volle glazen, mooie schalen, pluk de dag.

Theo kende ik niet, maar hij viel me meteen op in het gezelschap; hij had een zakdoek met vier knopen erin op z’n hoofd hangen. Bescherming tegen de zon.

“Wil je niet liever een strooien hoed op je hoofd”, vroeg ik hem, “ik heb er eentje achter in de auto liggen.” Dat wilde hij wel en samen liepen we naar het parkeerterreintje verderop. “Ja, ik loop graag even mee, want dat kan ik nog wel” , zei hij en vertelde dat hij een lastig en ingewikkeld probleem had met z’n spieren. “Heb je Parkinson?” vroeg ik hem recht op de man af. Hij bevestigde het en keek vreemd verrast toen ik zei “Dat heb ik ook.”

Ik vertelde hem dat het zich bij mij een aantal maanden geleden had gemanifesteerd en dat de medicijnen die ik neem voorlopig goed aanslaan. Hij bleek het sinds even lange tijd te hebben, maar bij hem was het effect van de medicijnen minimaal. Dat was zichtbaar; zijn handen trilden nog al. Hij wilde binnenkort voor een tweede opinie naar een ander ziekenhuis gaan en hij gruwde bij de gedachte om zodanig af te takelen dat je afhankelijk wordt van derden. “Als het zo gaat”, zei hij, “dan reken ik maar dat ik een mooi leven achter me heb en piep ik er tussen uit.” Hij had al contacten met een club in Zwitserland die hem zou kunnen helpen.

Hij raakte me met zijn benadering een beetje op de verkeerde plek. “Kom”, zei ik, “eerst plukken we de zon nog even van de hemel, daar zijn we nog wel even zoet mee”.

“Doen we”, zei hij en plantte de strooien hoed op zijn hoofd.

Tegen de zonnesteek, zullen we maar zeggen.

 

* * *

 

Boemerang

Het is een mooi en zonnig dagje, ik maak een lekkere wandeling.

Een jongetje, allochtoon, speelt met een boemerang. Hij gooit hem omhoog en het ding klimt wervelend in de wind. Hij heeft veel plezier en vraagt enthousiast goed te kijken hoe hoog hij wel gaat. Ik bewonder zijn prestaties en zeg dat ik het maar wat knap vind. “Wilt u het ook een keer proberen , nodigt hij me uit. Zeg dan maar eens nee; natuurlijk breng ik er niets van terecht. Hij doet het nog een keer voor en mijn tweede poging is ietsje beter, maar het blijft magertjes. Ik zeg hem dat ook. Stralend zegt hij: “Dat komt omdat u al een beetje oud bent, meneer”.

What a beautiful day !

 

* * *

 

Demo
Het was zo'n fraaie dag die uitnodigde naar buiten te gaan.

Of de stad in, of juist de stad uit. Het gevoel “er uit te zijn”.

Zo dachten trams- en bussenvol mensen. En zo dachten ook duizenden

demonstranten. Zwaaiend met vlaggen en spandoeken ; slogans yellend

en protestsongs zingend namen ze in rap tempo bezit van de binnenstad en

omgeving. Het verkeer zat muurvast.

“Onze” stadsbus kwam zo nu en dan een stapje vooruit maar daar was alles

mee gezegd. Commentaren van de passagiers alom natuurlijk.

Op de bank tegenover ons zat een koppeltje; zo te zien uit de categorie
“Down-syndromers”. Ze winden zich ook behoorlijk op vanwege het oponthoud
en doen daar luide kond van.

Lul die ik ben vind ik het om de een of andere reden hilarisch

dat zij roepen de demonstraties absoluut niet “vet”, “cool” of “gaaf”, laat staan
“super”vinden.

De man van het koppel uit  zich met boze gebaren ("de middenvinger") en roept

“Rot toch op met mekaar, stelletje mongolen!”.

 

* * *

 

 

 

 

 

 

Copyright 2006 H. Beereboom