desire: a terrific motor vehicle, a fantastic Raspberry Ketone supplement The raspberry ketone diet
SPOOKGESTALTEN ROND TWEEDE KABINET-DEN UYL PDF Print E-mail

Een markant boek over een markant man.

Zo mag je de biografie van Den Uyl, geschreven door Anet Bleich, wel  kwalificeren. Na zeven jaar noeste arbeid ligt er een knap werkstuk op tafel.

Grote lijnen en treffende anecdotes, de liefhebber vindt er van alles in terug.

Ik pik er voor deze gelegenheid de kabinetsformaties uit die hem direct aangingen. En begin dan maar met een anekdote die overigens  niet in de biografie is te vinden.

Het was aan de vooravond van het préconstituerend beraad en koopavond. Joop had van Liesbeth 650 gulden meegekregen met de bedoeling een nieuwe regenjas, een behoorlijk pak en een nieuwe stropdas te kopen. Onder elkaar karakteriseerden we zijn pakken als “het harmonicamodel”. We waren volop de komende dag aan het voorbereiden toen hij plotseling wegschoot en om zijn secretaresse riep. Maar die was al gevlogen. Manmoedig bood ik aan met z’n tweeën te gaan en zodoende kwamen we bij niets minder de P & C terecht. Mijnheer bliefde een nieuwe regenjas en wel net zo eentje als het verfomfaaide ding dat hij nu droeg. Na enig passen en meten lukte dat. Grommend en draaiend kwam er iets dat op goedkeuring leek. Doelbewust rukten we op naar House of England, want daar hadden ze mooie stropdassen. Halverwege echter rukte hij me mee: “terug!” riep hij, “terug! Ik heb mijn oude jas daar laten hangen!” Die was nog geschikt voor tuinwerk, vond hij. Bij P & C dachten ze daar anders over, want die hadden het lor al in de vuilcontainer geloosd.

Misschien wel het verschil tussen katholiek en gereformeerd.

 

Het hoogtepunt in het politieke leven van Den Uyl was zonder twijfel “zijn” Kabinet . Het dieptepunt was zijn tweede Kabinet, want dat kwam er –in weerwil van zijn credo - niet.

Bleich beschrijft de formatie van het eerste Kabinet en het mislukken van het tweede behoorlijk nauwkeurig, maar het is misschien toch de moeite hier en daar wat accenten te verleggen. Die accenten hebben allemaal te maken met persoonlijke eigenschappen van Den Uyl: er was altijd veel te doen over zijn karakter, inschattingen, omgang, vertrouwen, en niet te vergeten zijn partijpolitieke gevoel.

 

Beginnen we bij de formatie Burger.

Zeker tijdens de formatie stond Burger niet bekend als een man met veel politieke scrupules. Hij smeet zijn tegenstanders liever de hoek in dan ze op de thee te noden. Hoekig, bruusk en humeurig, laten we het zo maar samenvatten, hoewel dat geen recht doet aan de mooie wijn die hij thuis graag en gul uitschonk.

 * Hardhandig

Den Uyl bewonderde wat Burger allemaal durfde doen en zeggen, maar was er ook niet zelden beducht voor en verlegen mee. “Dat kan nooit goed gaan”, dacht hij dan met wat angstige spanning.

Zelf zat hij zo nu en dan ook gevangen in de Burgeriaanse houdgreep. Den Uyl verzette zich hevig tegen Westerterp en Brouwer als kandidaat-Ministers. In het morele oordeel van DenUyl was Westerterp een aartsopportunist; dat wilde hij niet om zich heen hebben. Brouwer was in de ogen van Den Uyl letterlijk en figuurlijk te zwak. Niet voldoende kwaliteit voor een progressief Kabinet.

De tegenstand van Den Uyl werd door Burger hardhandig gebroken. Die schreef een kort, droog briefje waarin de twee Ministers in spe  “à prendre ou à laisser” waren. In zijn oorspronkelijke staat zag zo’n brief van Burger er curieus uit. Hij begon op een witte reep van de krant en eindigde op de achterkant van een gebruikte envelop. Een paperclip was het bindmiddel.

 

Wat Burger betreft was het opportunisme van Westerterp. nu juist een verdienste en een uitkomst ! En Brouwer mocht dan in de ogen van Den Uyl zwak zijn, maar ook dat deerde Burger niet. Hij kende Brouwer al jarenlang uit het Europees Parlement en kende dienst weinig florissante gezondheid. Burger geneerde zich niet voor een vriendendienst, Den Uyl moest er niets van hebben.

 * Ultieme zet

Een tweede conflict tussen Den Uyl en Burger speelde zich af rond Marcel van Dam. Deze kandidaat-staatssecretaris werd tijdens de formatie als een hete aardappel van de ene bestemming naar de andere geschoven. Westerterp wilde hem wel hebben, maar Andriessen duldde daar geen pottenkijker. Uiteindelijk werd het Guijters op VROM.

Burger en Ruppert zagen Van Dam niet zitten, evenmin als ze aanvankelijk Jan Schaefer in het ambt wilden hijsen.

Wie de meeste tijd en de langste adem heeft, die wint. Zeker als je ook nog het hardste dreigement hebt. Die combinatie had Den Uyl die avond.

 Den Uyls ultieme zet was, dat hij Burger dreigde dat de hele formatie afgeblazen zou worden. Burger begreep de boodschap maar had geen zin er nog moeite voor te doen. Wat hem betreft moest Van Dam dan maar komen als het Kabinet geïnstalleerd was. Maar dat was niet genoeg voor Den Uyl; die wilde dat Van Dam –zoals het hoorde-  officieel door de formateurs werd ontvangen, ook al was dat op de valreep.

Uiteindelijk loste de situatie toen telefonisch met Van Dam op.

En Den Uyl? We waren op dat moment de enigen nog in het Kamergebouw, zelfs de bars waren gesloten,. “Hij doet het”, zei Den Uyl, en tranen liepen over zijn wangen. Hij was een belofte trouw gebleven en had een “meerdere” ervoor weerstaan. We ratsten nog ergens een mooie fles wijn en haastten ons naar de tussendeur met de Raad van State. Maar Burger was al gevlogen: “Sans scrupules” .

 

Dat tweede Kabinet-Den Uyl, dat kon er niet komen.

Door velen is Den Uyl in de loop der jaren verweten  teveel een denker en dromer te zijn geweest en zich te weinig gelegen heeft laten liggen aan het uitoefenen van de macht. Zijn tegenstanders – binnen en buiten de partij - vonden dat dromen nog niet eens zo erg, maar het doordrammen was een stuk lastiger. Onnodig om hier de urenlange discussies te releveren in fractie, partijbestuur, Kabinet. Roemrucht waren de sessies.

Het gevolg was wel dat als je Den Uyl moest geloven, dan hingen ziel en zaligheid van de samenleving in sterke mate af van wat hij, Den Uyl, en zijn partij voor ogen hadden. Spreiding van inkomen, kennis en macht moesten ieders deel worden.

 * Dode hoek

De biograaf blijft hier een beetje steken in de vraag welke oorzaken welke gevolgen hadden.

In zijn bespreking van Bleich’s biografie van Den Uyl, zegt Hans Goslinga (Trouw) terecht dat hierdoor de verwachtingen zo hoog waren opgeschroefd dat de medestanders van Den Uyl geen oog meer hadden voor de wensen en gevoeligheden van de anderen (lees CDA). Volgens Goslinga moet hierin zelfs ten diepste de oorzaak worden gevonden dat het tweede Kabinet Den Uyl er nooit is gekomen.

Helaas, daar zit veel waarheid in.

Getalsmatig stond de PvdA er bij deze formatie riant voor. Maar net niet riant genoeg om de beoogde “meerderheidsstrategie” ook metterdaad uit te oefenen. In de dode hoek van de formatiespiegel bevond zich de eventuele combinatie CDA/VVD, maar die werd verdrongen..

 

Echter, van twee kanten zou de totstandkoming van het tweede kabinet-Den Uyl om zeep worden gebracht.
Ten eerste door het verloop van de onderhandelingen zelf.

De PvdA –Den Uyl met zijn volle verstand er bij – goochelde niet alleen met getallen, maar ook met personele combinaties . Dat betrof Andriessen, Aantjes, Kruisinga, al of niet in combinatie. Maar het betrof voor alles Van Agt; hem werd de maat genomen en niet zo zuinig ook.  Zodanig zelfs dat Van Agt zich van alles en iedereen los wilde maken en voor zichzelf besloot “het bos in te gaan”.  Weg te wezen dus.

 * Pandemonium

Een doorgewinterde strateeg –maar dat was Van Agt zeker niet-  had geen betere zet kunnen bedenken. De CDA-fractievergadering van de volgende ochtend was volgens directe waarnemers een pandemonium.   Van Agt kreeg alle hoeken van de vergaderzaal te zien: of hij totaal stapelmesjogge was geworden, zo vroegen ook de meer linkse CDA-ers hem, door zich zo door die progressieven te laten koeioneren. Rug recht en terug. Dat was de boodschap die Dries meekreeg, en daar ging hij. Ferm en fier maar geheel tot zijn eigen verbazing.

In feite was de formatie hier toen  afgelopen, over en uit. Dat kon nooit meer goed komen en het hele CDA wist dat. Onderhandelingen mochten nog doorgaan, er mochten nog nieuwe informateurs komen, allemaal best, ga je gang, maar het was ondertussen wezenlijk al een gepasseerd station. Dat was in oktober.

 * Verbijstering

De tweede reden dat het Kabinet er niet zou komen lag in de helpende hand die de PvdA zelf toestak. Dat was een mand later toen de PvdA het passieve sloopwerk van het CDA overnam. De tot dan bereikte onderhandelingsresultaten waren volgens een duidelijke meerderheid van de partijraad niet in overeenstemming met de verkiezingsuitslag en ook niet met de meerderheidsstrategie. Dat betekende “einde oefening”. Veel partijraadsleden spoedden zich de zaal uit naar een nabijgelegen café om daar op de TV nog eens  te kunnen zien wat ze zojuist gedaan hadden.

 Een vervreemdende ervaring.

Anderen bleven verbijsterd achter en velen treurden over het feit dat Den Uyl niet had “ingegrepen”, niet het machtswoord had gesproken. Die wisten toch te weinig van het heilige ontzag dat Den Uyl had voor de interne partijdemocratie. Hij had kunnen ingrijpen, hij had het misschien zelfs moeten doen, maar hij kon het niet. Simpelweg: het paste niet bij hem. Niet omdat hij een nederlaag had kunnen lijden, maar het stuitte hem falikant tegen zijn borst. Leermeester en kind van de partijdemocratie.

 * Villen en wreken

Een buitengewoon congres kon de partijraad overrulen ; sonderingen gaven aan dat dat er dik in zat en zelfs zonder al te veel mot en discussie. In de dagen tussen partijraad en congres was den Uyl meer niet dan wel in de Kamer. Hij was duidelijk aan hevige twijfels onderhevig. De formatie houden of teruggeven, dat was de vraag.

Maar dat was al lang geen louter partijpolitieke vraag meer. Hij was zich bewust van de houding van het CDA; hij realiseerde zich dat een combinatie van de confessionelen en de VVD getalsmatig mogelijk was. Hij gaf er geen cent voor, hoewel Dries van Agt hardop had gezegd nooit meer met hangende pootjes naar de PvdA terug te zullen gaan. Heimelijk hoopte Den Uyl op een snelle mislukking van de rechtse coalitie.

Anderzijds, wat moest hij met een “mandaat” van een buitengewoon congres?

Dat zou  immers als een soort opdracht uitpakken. In de praktijk zou die opdracht inhouden dat hij móést slagen, niet meer mócht mislukken. En dat zou op zijn beurt het CDA in een uitnemende onderhandelingspositie brengen.

Zo’n gemakkelijk slachtoffer, daar lustten ze bij het CDA wel pap van.

Die wilden niets liever dan Van Agt “wreken” en Den Uyls eigen ambities villen.

Voor die eer heeft Den Uyl dan in ieder geval bedankt.

Ook markant.

 

 Henk Beereboom.

(zie ook: www.haagsecolumnisten.nl)

 

Copyright 2006 H. Beereboom